Home / Aquathermie: hoe kunnen we versnelling realiseren?

Aquathermie: hoe kunnen we versnelling realiseren?

Met aquathermie, de verzamelnaam voor TEO, TEA en TED: thermische energie uit oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater, zou Nederland in tot wel 50 procent van zijn warmtebehoefte kunnen voorzien. Technisch is het toepassen van aquathermie goed mogelijk, maar het vinden van goede eigenaarschaps- en besturingmodellen blijkt een flink obstakel. Hoe sneller we daar oplossingen voor vinden, hoe sneller aquathermie zijn belofte kan waarmaken als gamechanger in de energietransitie, meent Marco van Schaik, adviseur en projectleider water en energie bij STOWA.

Hoe ben je met aquathermie in aanraking gekomen?

In 2015 las ik voor het eerst een artikel over TEO. Ik werkte voor een waterschap en vond het een interessante ontwikkeling voor de gemeenten waar we mee samenwerkten. Ik heb toen een kansenkaart laten maken voor de regio Utrecht. Dat was iets heel nieuws in die tijd. De Unie van Waterschappen was heel erg geïnteresseerd en wilde het onderwerp verder uitbouwen. Ik kwam bij STOWA terecht, het kenniscentrum van de regionale waterbeheerders in Nederland. Inmiddels staan op de website van STOWA kansenkaarten voor heel Nederland. Van elk oppervlaktewater en van elke zuivering en gemaal kun je zien hoeveel warmte je eruit kunt halen.

Hoe staat het ervoor met aquathermie in Nederland?

We zijn nog niet zo ver als in het buitenland. In het Zweedse Malmö bijvoorbeeld worden tienduizenden woningen via een zeewatercentrale verwarmd. En in Duitsland en Zwitserland zijn op grote schaal voorbeelden van energieopwekking uit afvalwater. In Nederland zijn wel kleinschalige voorbeelden als een school en een verzorgingshuis, en er zijn woonwijken die via TEO gaan verwarmen, zoals in het Brabantse Terheijden en in Katwijk. Er zijn veel plannen, maar we lopen in de praktijk tegen allerlei obstakels aan.

Wat voor obstakels zijn er?

Het grootste discussiepunt is de governance: wie doet wat? Decentrale overheden hebben grote interesse, maar de vraag is welke rollen zij het best op zich kunnen nemen om aquathermie toe te passen. Volstaat een reactieve rol, bijvoorbeeld als vergunningverlener? Of is er meer nodig? We zijn met STOWA een onderzoek hiernaar gestart, ‘governance van aquathermie’. We analyseren bijvoorbeeld de diverse rolmodellen rond aquathermieprojecten. Dit zijn modellen die aangeven wat in de ontwikkeling van aquathermie de verdeling van verantwoordelijkheden is van overheden, markt en maatschappij – bijvoorbeeld energiecoöperaties.

In ons onderzoek bekijken we welke rolverdeling in verschillende situaties het meest geschikt is om projecten van de grond te krijgen. Met STOWA willen we de diverse overheden hierover in gesprek brengen met elkaar. Het is een lastige stoelendans. De energiecoöperatie staat aan de ene kant van het speelveld. Zo heb je in het noorden van het land diverse kleine gemeenten die samen met een energiecoöperatie aardgasvrij willen worden en daarvoor een eigen energiebedrijf aan het opstarten. Mensen zijn nergens zo gemotiveerd om van het aardgas af te komen als in Groningen. Aan de andere kant zie je samenwerkingen ontstaan van gemeenten en een netbeheerder als Alliander. En er zijn energiebedrijven die het oppakken, zoals het warmtebedrijf Ennatuurlijk.

En hoe zit het met de financiering?

Veel gemeenten roepen zelfverzekerd “in 2030 zijn we energieneutraal!”. Als dan de consequenties duidelijk worden, dan zien we dat er afwachtend wordt gereageerd. Bijvoorbeeld omdat ze bewoners niet op kosten willen jagen: een warmtenet aanleggen kost veel geld. Aardgas blijft voorlopig het allergoedkoopst. Het Rijk stelt nog weinig geld beschikbaar voor de duurdere, duurzame alternatieven. Er is nu net een tweede subsidieronde geweest die 18 wijken in Nederland helpt van het gas af te komen. Dat is natuurlijk een druppel op een gloeiende plaat. In de aanvragen in deze tweede ronde aardgasvrije wijken, draaiden 23 van de 71 om aquathermie. Het leeft steeds meer. Als er ook daadwerkelijk meer wijken gerealiseerd worden met aquathermieoplossingen, dan krijgen mensen er meer vertrouwen in. En door schaalvergroting gaan de kosten omlaag.

Wat voor rol kunnen de waterschappen spelen als het gaat om aquathermie?

Waterschappen hebben een maatschappelijke functie en de gevolgen van de klimaatverandering zijn juist bij hen zichtbaar. Ze zijn dus heel gemotiveerd om de energietransitie tot een succes te maken. Tot nu toe investeren waterschappen vooral in kennis. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht is al een stapje verder. Dat komt onder meer omdat de gemeente Amsterdam er deel van uitmaakt, en die is behoorlijk ambitieus. Het waterschap is ook rioolbeheerder en drinkwaterbeheerder. Het denkt bijvoorbeeld na over het aanleggen van één buis waardoor de leidingen voor drinkwater, het warmtenet en de afvoer van rioolwater lopen. Dat scheelt in de kosten voor aanleg en onderhoud. De overheid kan zo’n langetermijninvestering makkelijker doen dan een commercieel bedrijf, dus dat speelt een grote rol.

Andere waterschappen zorgen dat het makkelijk uitgevoerd kan worden. Bijvoorbeeld Stichtse Rijnlanden: zij stellen een terrein beschikbaar waar Eneco een grote warmtepomp bouwt.

Hoe zie jij de toekomst? Wordt aquathermie over tien jaar veel toegepast in Nederland?

Over tien jaar levert aquathermie een belangrijke bijdrage aan de energietransitie. Het past in een mix van oplossingen. Staan gebouwen dicht op elkaar, in een compacte woonwijk bijvoorbeeld en met een goede waterbron in de buurt, dan is TEO of TEA een goede oplossing. In andere situaties is zonnewarmte of verwarmen uit restwarmte weer een betere oplossing.

We kunnen echter pas grote stappen zetten als de governance helder is en als er meer geld beschikbaar komt. Het Rijk is voorzichtig, terwijl ik denk: vanwege de stikstofcrisis ligt de bouw in veel regio’s stil. Wijken van het gas af helpen zou een mooi steuntje in de rug zijn voor de bouw. Met investeringen vanuit de overheid kan er pas echt een versnelling plaatsvinden.

Buurt Bouwdoos Warmte

In samenwerking met Ennatuurlijk, specialist in lokale warmteoplossingen, ontwikkelt Lievense | WSP de Buurt Bouwdoos Warmte. Hiermee kunnen bewoners van straten en buurten zelfstandig en onafhankelijk hun eigen, snel te realiseren duurzame warmteplan configureren. Het toepassen van aquathermie is daarin een toonaangevende optie. De bouwdoos wordt momenteel namens de gemeente Utrecht getest en verbeterd in de wijk Tuindorp.

Wil jij gebruik maken van het potentieel van aquathermie?

In de flyer Aquathermie lees je hoe wij je van A tot Z kunnen helpen om in alle opzichten gezonde aquathermie-projecten van de grond te krijgen en te realiseren.

Dit bericht is geplaatst op 18 november 2020

Nieuws

Aquathermie: hoe kunnen we versnelling realiseren?

Met aquathermie, de verzamelnaam voor TEO, TEA en TED: thermische energie uit oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater, zou Nederland in tot Lees verder »

Slim, sociaal en duurzaam ‘van het gas’ met Buurt Bouwdoos Warmte

De stad Utrecht wil nog vóór 2030 40.000 bestaande woningen ‘van het gas’ halen en zet bij deze lastige opgave Lees verder »

SDE++ Helpdesk: succesvol deelnemen, minder deadline-stress

5 miljard euro aan subsidie via SDE++. Dat ligt klaar voor projecten die de productie van duurzame energie vooruithelpen én Lees verder »

Peter Molengraaf over Lievense | WSP-plan waterstofbuffer: “Interessant, creatief en in potentie waardevol”

Goedkope en in uitbundige hoeveelheden leverbare duurzame energie uit zon en wind gaat de toekomst van het energielandschap bepalen. Elektronen Lees verder »

Meer nieuws