Home / Projecten / Bestemmingsplan Rijsenburgsehof Driebergen

Bestemmingsplan Rijsenburgsehof

Driebergen

In Driebergen is de wijk Rijsenburgsehof ontwikkeld. Het terrein van circa 7,5 hectare groot ligt in de dorpskom middenin een woonwijk. Het plan behelsde de bouw van 23 eengezinswoningen, namelijk 16 twee-onder-een-kap woningen en 7 rijwoningen. Het gebied is gesitueerd op het terrein van een voormalige handelsstal voor sportpaarden.

Voor deze inbreidingslocatie werd op 24 mei 2012 door de gemeenteraad het door derden ontworpen stedenbouwkundig plan Handelsstal vastgesteld voor de bouw van 26 woningen. Tegen dit plan werd door de omwonenden geageerd vanwege de massaliteit van de voorgestelde bebouwing. Nadat de planontwikkeling van de locatie enige jaren had stilgelegen, werd deze in aangepaste vorm weer opgepakt. Het oorspronkelijk stedenbouwkundig ontwerp is door Lievense aangepast en in woningaantal teruggebracht. Met het nieuwe stedenbouwkundig ontwerp werd een betere ruimtelijke inpassing in de omgeving gerealiseerd.

Terwijl het terrein nog in gebruik was door exclusieve sportpaarden deed Lievense uitvoerig bodemonderzoek ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling, zonder hierbij de paarden in hun leefomgeving te storen. In goed overleg met de stalhouder werden diverse boringen uitgevoerd. Ook is flora en fauna onderzoek gedaan en onderzoek naar geluid, lucht en externe veiligheid. Vervolgens zijn zowel de stallen als de bodem van het terrein op aanwezigheid van asbest onderzocht en is een waterplan opgesteld om aan de wensen van waterberging tegemoet te kunnen komen.

Het plangebied is T-vormig en de verkeerstoegang tot het plan is geregeld vanaf de Rijsenburgselaan. Stedenbouwkundig gezien ging de voorkeur uit naar een fijnmazig netwerk van verbindende voetpaden en fietsroutes tussen plangebieden en hun omgeving. In dit plan werd ook de aanleg van een voetpad of fietspad door het groen meegenomen die de verbinding kon vormen tussen het plangebied en aangrenzende woonbuurten.

Qua architectuur diende een zekere eenheid te worden nagestreefd tussen alle gebouwen. Dit betekende dat in grote lijnen overeenkomsten waren in vormgeving en materialisering. In detail was het mogelijk en wenselijk dat er verschillen bestonden zodat kopers een keuze kregen in optionele toevoegingen.